Je zou denken dat babi pangang uit de Chinese of Indonesische keuken komt. Maar nee, babi pangang komt uit Nederland en kan ook vrijwel nergens anders gegeten worden. Het gerecht is tientallen jaren geleden ontwikkeld in de Chinees-Indische restaurants in Nederland. Babi pangang is heel makkelijk zelf te maken. Het enige wat tijd nodig heeft is om het vlees te marineren. Als dat is gebeurd dan zet je het gerecht verder vrij snel in elkaar.

Je kunt voor de marinade kiezen voor een kant en klaar mengsel. Bijvoorbeeld een zakje marinademix van Conimex of de marinade uit een flesje. In dit recept heb ik zelf ook een kant en klare marinade gebruikt. Maar de volgende keer ga ik het recept maken met een eigen marinade en die komt dan ook online te staan.

En zo maak je de babi pangang
  • Snijd het vlees in reepjes en marineer het vlees voor minimaal 2 uur.
  • Snijd de uien in dunne ringen.
  • Hak de knoflook fijn.
  • Braad het vlees aan (haal het vlees ca 15 tot 30 minuutjes van te voren uit de koelkast).
  • Voeg daarna de uiringen en knoflook toe.
  • Maak ondertussen een mengsel van de ketjap manis, de bruine suiker, de verse gember en de sambal.
  • Giet dit bij het vleesmengsel en laat het op laag vuur sudderen.
  • Roer in een andere (kleine) pan de tomatenpuree los en laat dit zachtjes koken gedurende ca 2 minuten. Blijf af en toe roeren.
  • Verwarm ondertussen het water in een waterketel.
  • Doe het water samen met het bouillonblokje bij de tomatenpuree.
  • Voeg hier de keukenstroop aan toe.
  • Als het bouillonblokje en de keukenstroop is opgelost kun je het tomatenmengsel bij het vlees gieten.
  • Goed doorroeren en laten sudderen totdat het vlees gaar is.
  • Dan de atjar tjampoer uit laten lekken en even mee verwarmen met het vlees. 
  • Ondertussen de rijst koken. 
  • Lekker met wat extra atjar tjampoer, schijfjes komkommer, augurk, zilveruitjes.