Het is aan te raden in ieder geval 1 keer per jaar de fiets weg te brengen voor een onderhoudsbeurt. Klein fiets onderhoud kun je eventueel ook zelf uitvoeren.

Kettingkast 

Bij dit klusje moet het achterwiel van de grond los zijn. Zet de fiets op zijn kop, hang hem op aan een haak  of zet het achterwiel op een blok. De meeste fietsen hebben een kettingkast die aan de onder- of achterkant eenvoudig losgeklikt kunnen worden met behulp van een schroevendraaier. Draai de trapper naar achteren. Wanneer de ketting vuil is, behandel je de ketting met een speciale kettingreiniger. Haal het vuil vervolgens weg met een schone doek. Hierna kan de ketting worden ingesmeerd met (droogsmerend) kettingvet, teflon of een olie.

Let op niet elke olie is geschikt! Als de ketting is ingevet draai je de ketting enkele malen rond, zodat het vet zich goed kan verdelen. Eventueel overtollig vet kan met een doek worden weggenomen. De kettingkast weer vastklikken en klaar is Kees.

 Kabels remmen en versnelling

Van de meeste fietsen kun je de kabels van de versnelling en remmen makkelijk losklikken. Maak de kabels schoon met een schone doek. Voor het insmeren kun je meestal hetzelfde middel gebruiken als voor de fietsketting.

Remmen controleren

Wanneer je bij het remmen de greep te ver moet indrukken dan kun je de remkabel  aanspannen. Aan de voorkant van de remgreep zie je een stelschroef. Deze stelschroef draai je een paar slagen naar buiten. Draai dan de contramoer terug tegen de remgreep. Hiermee voorkom je dat de stelschroef niet losloopt tijdens het fietsen.

Banden

Zorg dat je banden voldoende op spanning zijn. De fietsband van een normale fiets heeft een spanning tussen de 3.5 en 4 bar. Bij de juiste spanning fietst het lichter en is de kans op een lekke band kleiner.

 

Print Friendly, PDF & Email