Met een budget is het veel eenvoudiger om uit te komen met je geld. Zo weet jij dankzij je budget precies hoeveel je per dag, week of maand uit kunt geven aan bepaalde zaken. Schiet jij bij het woord budgetteren spontaan in de stress? Dat is nergens voor nodig. Met deze drie praktische tips ga je direct aan de slag.

Hoeveel komt er in en gaat er uit?

Stap één is altijd overzicht aanbrengen in je inkomsten en uitgaven. Dit kun je het beste per maand doen, omdat veel vaste lasten maandelijks terugkomen. Bij veel Nederlanders gaat meer dan de helft van het inkomen op aan vaste lasten, waardoor het belangrijk is om inzicht te hebben om de druk op de portemonnee waar mogelijk te verlagen.

Zet je salaris neer, alsof je per week uitbetaald krijgt. Tel hier vervolgens alle toeslagen en overige inkomsten bij op. Van je totale inkomen trek je vervolgens de uitgaven af in de volgorde dat deze betaald moeten worden. Doe dit per week, waarbij de eerste week start op de 1ste van de maand. In deze week wordt bijvoorbeeld de huur of hypotheek afgeschreven, terwijl uitgaven voor de zorgverzekering, GWL en het internet vaak aan het eind van de maand afgeschreven worden. Als je hier rekening mee houdt in je budget, ben je goed voorbereid. Op deze lasten kun je ook gemakkelijk besparen, door energie vergelijken en door eens kritisch te kijken naar je verzekeringen.

Weekbudget voor variabele lasten bepalen

Nu je weet wat je uit hebt gegeven aan vaste lasten, kun je nieuwe doelen gaan stellen voor je variabele lasten. Zo kun je bijvoorbeeld proberen om je boodschappenbudget met 10 procent terug te brengen, om zo flink te besparen.

Dit maandbudget deel je door vijf en het eindresultaat schrijf je op bij de juiste posten per week. Een maand bestaat namelijk niet precies uit vier weken, waardoor je altijd een aantal extra dagen over hebt. Deze dagen noemen we week 5. Vul gewoon je boodschappenbudget in als je bijvoorbeeld iedere zaterdag boodschappen haalt en deze dag in week 5 valt. Zo niet, dan vul je 0 in.

Doordat je er bij het opstellen van het budget al rekening mee hebt gehouden, moet je zo altijd uitkomen. De ene maand heb je een meevallertje en de andere maand wat pech. Een flexibel weekmenu helpt je bij het verlagen van de boodschappenkosten.

Potje voor extra uitgaven

Natuurlijk wil jij ook af en toe naar de kapper, uit eten of iets leuks doen. Budgetteren hoeft niet saai te zijn en het is niet zo dat je nooit meer iets ‘mag’ kopen, het gaat er juist om dat je bewust wordt van je eigen consumptiegedrag. Hierdoor bespaar je geld op zaken waar je niet gelukkig van wordt.

Neem in jouw budget een post ‘leuke dingen’ op, een potje waarmee je kunt doen wat je wilt. Hierdoor zit je niet direct krap nadat je die leuke dure laarzen hebt gekocht, want hier had je op een eerder moment al rekening mee gehouden.